Leeswijzer vooraf: dit artikel beschrijft de uitkomsten van één specifieke wetenschappelijke publicatie: een observationele bevolkingsstudie op basis van de UK Biobank. Het is bedoeld als achtergrondinformatie, geen medisch advies, en geen claim over de werking van een specifiek product. Eén studie — hoe groot ook — is geen bewijs op zichzelf; het gaat om statistische verbanden in één Britse cohort, niet om een experimenteel aangetoond oorzakelijk effect. Zie de toelichting onderaan over gezondheidsclaims.
Koffie of thee: wat laat de UK Biobank-studie van Chen et al. (2022) zien?
In 2022 publiceerde een onderzoeksteam van Tianjin Medical University in BMC Medicine een van de grootste bevolkingsstudies naar koffie- en theeconsumptie in relatie tot sterftecijfers. De studie volgde 498.158 deelnemers van de UK Biobank, tussen de 37 en 73 jaar oud bij aanvang, gedurende een mediane periode van 12,1 jaar. In die periode werden 34.699 sterfgevallen geregistreerd. Koffie- en theeconsumptie werden bij de start van de studie via een zelfrapportagevragenlijst vastgelegd; de onderzoekers analyseerden vervolgens het verband met algehele sterfte en met sterfte door specifieke oorzaken (hart- en vaatziekten, luchtwegaandoeningen en spijsverteringsaandoeningen), met statistische correctie voor onder meer leeftijd, geslacht, BMI, rookgedrag, alcoholgebruik, beweging en algemene gezondheidstoestand.
Twee verschillende patronen
De onderzoekers rapporteren dat het verband tussen consumptie en sterfte voor beide dranken niet-lineair was (p < 0,001), maar wel in tegengestelde richting gevormd:
- Voor koffie was het verband met algehele sterfte J-vormig: het geobserveerde sterftecijfer lag lager bij matige consumptie dan bij geen consumptie, maar liep bij hoge consumptie weer op.
- Voor thee was het verband omgekeerd J-vormig: het sterftecijfer lag lager over een breder consumptiebereik, zonder dat scherpe omslagpunt naar boven.
In deze dataset hingen 1 kopje koffie per dag en 3 kopjes thee per dag samen met de laagste geobserveerde sterftecijfers binnen de respectievelijke groepen.
De combinatie van koffie én thee
Een belangrijk onderdeel van de studie is de analyse van gecombineerde consumptie: mensen die zowel koffie als thee dronken, vergeleken met mensen die geen van beide dronken. Enkele resultaten uit die vergelijking:
| Consumptiepatroon | Uitkomst | Hazard ratio (95%-BI) t.o.v. geen koffie/thee |
|---|---|---|
| < 1–2 kopjes koffie/dag + 2–4 kopjes thee/dag | Algehele sterfte | 0,78 (0,73–0,85) |
| < 1–2 kopjes koffie/dag + 2–4 kopjes thee/dag | Sterfte door hart- en vaatziekten | 0,76 (0,64–0,91) |
| < 1–2 kopjes koffie/dag + 2–4 kopjes thee/dag | Sterfte door luchtwegaandoeningen | 0,69 (0,57–0,83) |
| < 1–2 kopjes koffie/dag + ≥ 5 kopjes thee/dag | Sterfte door spijsverteringsaandoeningen | 0,42 (0,34–0,53) |
Een hazard ratio onder de 1 betekent dat de onderzochte groep in deze specifieke dataset een lager geobserveerd sterftecijfer had dan de referentiegroep (geen koffie, geen thee) gedurende de onderzoeksperiode. Het laagste cijfer voor sterfte door spijsverteringsaandoeningen werd gezien bij de combinatie van weinig koffie met vijf of meer kopjes thee per dag.
Wat de onderzoekers zelf concluderen
De auteurs vatten hun bevindingen als volgt samen: zowel afzonderlijke als gecombineerde koffie- en theeconsumptie waren in deze cohort omgekeerd geassocieerd met algehele en oorzaak-specifieke sterfte.
Beperkingen om in gedachten te houden
Dit is één studie, met de bijbehorende beperkingen die bij dit soort onderzoek horen:
- Observationeel, niet experimenteel. Er is geen sprake van een gecontroleerde proef waarin consumptie is toegewezen; de onderzoekers meten verbanden in bestaand gedrag, geen bewezen oorzaak-gevolgrelatie.
- Eén land, één cohort. De UK Biobank bestaat uit Britse deelnemers van 37-73 jaar bij instroom; de resultaten zijn niet zonder meer te vertalen naar andere landen, leeftijdsgroepen of theesoorten.
- Zelfrapportage bij aanvang. Consumptiepatronen zijn eenmalig gemeten bij de start van de studie en kunnen in de daaropvolgende twaalf jaar zijn veranderd.
- Restverstoring blijft mogelijk. Ondanks correctie voor bekende factoren (leefstijl, gezondheid, sociaaleconomische status) kunnen niet-gemeten verschillen tussen thee-, koffie- en niet-drinkers het beeld beïnvloeden.
Over gezondheidsclaims
Dit artikel beschrijft de uitkomsten van één gepubliceerde wetenschappelijke studie. Het is nadrukkelijk geen gezondheidsclaim in de zin van EU-Verordening (EG) nr. 1924/2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen. Die verordening bepaalt dat een levensmiddelenbedrijf alleen gezondheidsclaims (bijvoorbeeld “vermindert het risico op ziekte X” of “goed voor het hart”) mag gebruiken als die claim vooraf door EFSA is beoordeeld en is opgenomen in het EU-register van toegestane claims. Voor thee staan zulke ziekterisico-claims niet op die lijst. Dit artikel doet dan ook geen uitspraak over een specifiek BioThee-product of over de bewezen werking van thee in het algemeen — het beschrijft uitsluitend wat in één onafhankelijk gepubliceerde studie is waargenomen. Deze informatie vervangt geen medisch advies; raadpleeg bij gezondheidsvragen een arts of diëtist.
Bron
Chen, Y., Zhang, Y., Zhang, M., Yang, H., & Wang, Y. (2022). Consumption of coffee and tea with all-cause and cause-specific mortality: a prospective cohort study. BMC Medicine, 20, 449. https://doi.org/10.1186/s12916-022-02636-2




